Opwinding aan tafel

In de tuin van de Sint Jan in ’s-Hertogenbosch staat op vrijdag, 7 oktober j.l. een grote ronde tafel. Onder leiding van Leo Fijen spreken tafelgenoten uit kerk, zorg en onderwijs met elkaar over een aantal relevante thema’s en ter zijde gestaan door hoogleraar Erik Borgman. De nieuwe bisschop van Den Bosch, monseigneur De Korte is ook aangeschoven.

Nieuwsgierige Bosschenaren lopen aarzelend de tuin in en komen rond de tafel staan, luisteren naar het gesprek, schuiven soms aan en leveren een bijdrage aan het gesprek door iets in het midden te gooien.

Het geheel vormt de ludieke start van een nieuwe website Tafelgenoten.nu, die zich inhoudelijk laat inspireren door het christelijk sociaal denken met als doel samen te bouwen aan een goede en gezonde samenleving. Door het delen van kennis, ervaring en inspiratie aan verschillende website-tafels, hoopt men dit te bereiken.

Op de tafel in de tuin is een grote afbeelding gelegd van de Zeven Hoofdzonden. Als één van de tafelgenoten vermoed ik achteraf dat de hoofdzonde Woede niet geheel aan mij voorbij is gegaan. Want een zekere staat van opwinding heb ik wel gevoeld, als het thema Waarom is bijzonder onderwijs relevant? ter sprake komt. Dat gebeurt met name door de bijdragen van een tweetal tafelgenoten, die allebei zo snel mogelijk van het bijzonder onderwijs af willen. Met dat standpunt is op zich niets mis, al ben ik het er niet mee eens.

Mijn opwinding wordt echter veroorzaakt door de redenen die daarvoor aangevoerd worden. Een aangeschoven bejaarde tafelgenoot probeert met gezagsvolle levenswijsheid aan te tonen dat de segregatie in de maatschappij toch overduidelijk is veroorzaakt door het bestaan van het bijzonder onderwijs en dat er zo snel mogelijk gemengde scholen moeten komen om dit probleem te verhelpen. Je hoort dit argument in deze tijd meer, het lijkt sympathiek en toch voelt iedereen aan dat het in zijn eenvoud ook geen enkele oplossing biedt. ‘Kijk maar naar Frankrijk’, zo betoogt Borgman, ‘waar alleen openbaar onderwijs bestaat en tegelijkertijd in dat land een enorme segregatie tussen bevolkingsgroepen bestaat! Dat heeft met elkaar te maken!’

Daarnaast voel je wel aan hoe deze tafelgenoot met een volstrekt achterhaald beeld van bijzonder onderwijs aan tafel is komen zitten. Want bijzondere scholen zijn, op een enkele na, volop gemengde scholen. Al heel lang. Sterker nog, dat willen ze ook zijn omdat ze zich verantwoordelijk voelen voor het vreedzaam samenleven van mensen.

Een andere tafelgenoot maakt het wat mij betreft nog bonter, door te stellen dat het snel nodig wordt dat de regering gaat bepalen wat er op scholen onderwezen moet worden, zodat al die verschillende scholen met een joodse, katholieke, christelijke en wat voor achtergrond dan ook zo snel mogelijk verdwijnen en er alleen openbaar onderwijs overblijft. Onpasselijkheid overmant mij, zonder dat er ook maar iets te eten is aan de tafel, bij deze gedachte aan staatspedagogiek. Stel dat we na de verkiezingen een minister van onderwijs van de PVV krijgen en deze gaat bepalen wat er op het terrein van burgerschap op alle scholen onderwezen moet worden…

Borgman wijst op de fundamentele keuze, namelijk of je de verantwoordelijkheid bij de burger legt of bij de overheid. Hij pleit uiteraard voor het eerste en ik zeg dat voluit met hem mee. Stel toch dat je aan de grillen van een steeds wisselende overheid bent overgeleverd… En alsof dat zal bevorderen dat iedereen hetzelfde gaat denken, wat ik al helemaal niet wenselijk vindt. Kijk trouwens eens naar de Tweede Kamer zelf. Partijscheuringen zijn in de plaats gekomen van kerkscheuringen.

Leo Fijen vraagt zich aan het eind van het tafelgesprek af of organisaties, waaronder scholen, die in de katholiek/christelijke traditie staan niet veel te bescheiden zijn als het gaat om te vertellen wat zij bijdragen aan een menselijke samenleving. Ik denk dat hij daar gelijk in heeft. Ik moet denken aan een mail, die ik onlangs heb ontvangen van Fons Loogman (voorzitter centrale directie Stanislascollege in Rijswijk e.o.). Hij vindt dat we veel duidelijker in het openbaar naar voren moeten brengen dat onze/zijn scholen werken vanuit hun katholiek/christelijke inspiratie, traditie en identiteit. Ze zijn daardoor waarden-gedreven en besteden dus veel aandacht aan idealistische aspecten van opvoeding en vorming. Ze werken actief aan de verbetering van de maatschappij en zijn daar verdraaid goed in door hun gerichtheid op naastenliefde, vrede en samenwerking; vreedzame co-existentie van godsdiensten en overtuigingen en door een gerichtheid op de omgeving en de maatschappij vanwege de gevoelde opdracht van compassie en barmhartigheid. Deze scholen zijn daardoor dus goed in burgerschapsvorming, gewetensopvoeding, voorkomen van radicalisering en bevorderen van integratie.

Volgens mij is dit dé manier om zelfbewust te vertellen wat je doet, zonder andere scholen af te vallen, en duidelijk te maken wat kenmerkend is aan katholiek en christelijk onderwijs.

Ik merk dat mijn opwinding langzaamaan wegzakt…

(Tafelgenoten is een initiatief van de stichting Religie in het Publieke Domein, in samenwerking met het VKMO en wordt mede mogelijk gemaakt door het Kansfonds).